De kat

 

 

 

Onze huiskat (F. catus) stamt af van de wilde Afrikaanse kat ( F. silvestris lybica). De kat is al eeuwenlang een huisgenoot van de mens. Duizenden jaren geleden, toen de mens steeds meer op één vaste plek gingen wonen, ontdekte de kat dat het wel gemakkelijk was om bij de mens te gaan wonen. Vooral in de winter gingen mensen voedsel opslaan in schuren. Dat trok ongedierte zoals muizen en ratten aan, wat weer een prima voedselbron voor de katten was. Katten zijn echte jagers en kunnen zichzelf prima voorzien van eten. Pas de laatste 50 jaar wordt de kat door de mens gezien als gezelschapsdier en leeft het ook in huis. Hierdoor bepaalde de mens grotendeels wat de kat te eten kreeg.In de meeste voeding is het hoofdbestanddeel granen als tarwe en rijst. Dit is een goedkope aanvulling die ervoor zorgt dat de kat een vol gevoel geeft na de maaltijd. In een natuurlijk dieet van katachtigen komen geen granen voor. Katten eten van nature geen koolhydraten en kunnen dit slecht verteren. Hierdoor ontstaan gezondheidsklachten als allergieën,nierproblemen, blaasproblemen, gebitsproblemen, ontstekingen, overgewicht, suikerziekte en immuniteits- stoornissen. 

 

Het maagdarmstelsel is volledig ingesteld om vlees te verteren en daarom worden katten ook wel obligate carnivoren genoemd. Dat wil zeggen dat een kat niet kan overleven zonder vleesproducten.  

De kat is een kieskeurige eter. Hun spijsverteringssysteem is ingesteld op het eten van vlees, maar ze zijn heel gevoelig voor de structuur en temperatuur van de voeding. Als een kat gewend is aan voer, waarin geur- en smaakstoffen rijkelijk aanwezig zijn, zal het niet eenvoudig zijn om ze over te schakelen naar vers vlees. Als eigenaar moet je dan ook veel geduld hebben voordat de kat volledig vers vlees zal eten.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Bronvermelding; Voerwijzer, Barfplaats, Oervoer.